Windturbines in je achtertuin of op zee? Blog door lector Gerard Schepers

Het is maart 2020, een maand die ongetwijfeld de geschiedenisboeken ingaat. En dat is niet vanwege het onderwerp waar ik het nu over ga hebben: windenergie.

Gerard Schepers is Lector Windenergie bij de Hanzehogeschool Groningen.

Natuurlijk heb ook ik zorgen om de gezondheid van mensen om me heen en een onwezenlijk gevoel als ik zie dat de hele wereld tot stilstand lijkt te komen. In mijn werkomgeving valt het mee. Uitstel van het plaatsen van een windturbine op het testveld bij EnTranCe om te worden doorgemeten en uitstel van een challenge waarbij studenten een kleine windturbine ontwerpen die getest wordt in de windtunnel van TU Delft. De rest van het werk is met een beetje behelpen online vanaf huis te doen.

Ondanks alle zorgen probeer ik te beseffen dat dit virus ooit wordt overwonnen en dat er dan weer ruimte is voor andere mondiale problemen zoals de energietransitie.

Ik ben sinds 1986 werkzaam als onderzoeker op het gebied van windenergie: een fantastisch onderwerp met indrukwekkende technologische ontwikkelingen. Een mooi voorbeeld is de plaatsing van de grootste windturbine ter wereld op de Maasvlakte: de Haliade-X van GE Renewable Energy. De turbine is met 260 meter bijna net zo hoog als de Eiffeltoren, heeft bladen van meer dan 100 meter lang en is de grootste draaiende machine op aarde. Met die ene turbine kun je zo’n 16.000 huishoudens van stroom voorzien. Een technologisch hoogstandje. Het exemplaar op de Maasvlakte is een prototype, bedoeld om ervaring mee op te doen. Daarna gaat dit type ver uit de kust draaien en het zonder moeite de zwaarste stormen doorstaan. Ook stormen vanuit de categorie van afgelopen maand; voor een windturbine zijn dat namelijk niet meer dan briesjes. Zo blijkt uit metingen die we bij TNO hebben uitgevoerd dat de windsnelheid op de Noordzee op 116 meter hoogte niet eens boven de 108 km/h is uitgekomen, terwijl windturbines worden ontworpen voor windsnelheden van 180 km/h. (Even een opmerking voor de kenners: het gaat hier om 10 minuten gemiddelden).

Fantastische technologie dus, maar waarom hebben mensen dan toch vaak problemen met windturbines in hun achtertuin? Dat komt omdat hinderervaring heel persoonlijk is: de een vindt windturbines mooi, de ander lelijk, de een heeft last van geluid, de ander niet. Desalniettemin blijkt uit onderzoek van het CBS dat het merendeel van de Nederlanders geen problemen heeft met windenergie, ook niet in de eigen omgeving. Dat geldt in het bijzonder voor de generatie van 18-30 jaar. En dat is dan weer mooi nieuws voor de Hanze, waar we inderdaad veel studenten tegenkomen die overlopen van passie voor het vakgebied. Die jonge mensen hebben we nodig, want de sector vreest een tekort aan gekwalificeerde krachten. En het mooie is dat onze studenten zich juist bezighouden met verminderen van hinder. Zo hadden we een student die heeft bekeken hoe turbines zo afgesteld kunnen worden, dat de geluidsbelasting bij omwonenden zo gering mogelijk is.

Hoop voor de toekomst dus, zeker als windturbines meer en meer op zee worden geplaatst. Niet iedereen realiseert zich dat sociale acceptatie de belangrijkste drijfveer is het voor plaatsen van offshore windturbines. Windturbines op zee hoor je niet en als je ze ver genoeg uit de kust plaatst, zie je ze ook niet. Als je dan nog weet dat offshore windenergie de laatste 5 jaar in rap tempo heel veel goedkoper is geworden, is het logisch dat Nederland fors inzet om de doelstellingen van Parijs te halen. In de energiescenario’s van TNO wordt ervan uit gegaan, dat in 2050 de bulk van onze gehele energievoorziening wordt opgewekt via wind op zee.

Dus ja: ondanks de moeilijke tijden blijft het belangrijk om aan windenergie te blijven werken en dan moet het maar even zonder het directe contact met collega’s. Lang leve de digitale communicatie!

Taal selecteren: