Blog: ‘Op naar de ‘inclusieve energiewereld!’ – door Jan-jaap Aué – directeur EnTranCe

​In dit blog pleit lector Energietransitie Jan-jaap Aué voor waterstof, wat voor kleur dan ook.

Door Jan-jaap Aué – lector energietransitie en directeur EnTranCe

Je zal maar een waterstofmolecuul zijn. Je bent al de kleinste van het stel en wordt vaak te licht bevonden. Daarnaast noemen mensen je licht ontvlambaar en soms word je zelfs beschuldigd van een explosief karakter! Gelukkig voor het molecuul zijn er ook mensen die in waterstof hun verlosser zien.

Momenteel worden er verhitte duurzaamheidsdebatten gevoerd over waterstof. Om precies te zijn: tegenwoordig gaat de discussie vaak over kleur. Maar… waterstof heeft toch geen kleur?

Dan heb ik nieuws voor u: op papier heeft waterstof wel degelijk verschillende kleuren. Groen, blauw of grijs waren lange tijd de enige verkrijgbare kleuren. Maar sinds kort is het pallet uitgebreid met bruin, zilverblauw, (goud)geel, oranje, paars, zwart, roze, rood en turquoise.

Reden voor deze kleurrijke discussie ligt in de herkomst van waterstof. Voor gebruikers is het uiteindelijk allemaal één pot nat. Je waterstofauto rijdt op willekeurig welke kleur, je waterstof-cv-ketel gaat er geen graadje kouder van branden. Maar de kleur van waterstof wordt bepaald door de herkomst en de mate van verduurzaming. Dat leidt tot flinke, soms weinig verdraagzame, discussies in duurzaamheidsland.

Ben je als molecuul geboren in een geprivilegieerde omgeving, dan ben je natuurlijk groen. Je vindt je oorsprong in water dat gesplitst wordt met duurzame stroom. Maar zelfs dan nog willen mensen het over tinten hebben. Diepgroene waterstof is de elite. Gemaakt met overschotten van duurzame stroom. Het bruine neefje kijkt er enigszins jaloers naar. Gemaakt met biomassa, dat wel. Maar ja: ook biomassa is eindig en beperkt beschikbaar. Dan toch liever goud: ook gemaakt uit biomassa, maar de (circulaire) CO2 die daarbij ontstaat vangen we af. Negatieve CO2-emissie, een reductie dus van CO2! Het hoogtepunt van dit debat is de oranje waterstof. Gemaakt in Nederland met hernieuwbare, duurzame stroom van eigen bodem.

De opkomst van een waterstofeconomie lijkt te worden gedomineerd door het kip-ei-probleem. Als er geen vraag is, komt er geen productie. Zo simpel als wat.

Het goede nieuws is dat er momenteel al veel waterstof wordt gebruikt. De petrochemische en procesindustrie gebruiken grote hoeveelheden grijze waterstof, gemaakt van aardgas. Het slechte nieuws is: weinig duurzaam dus.

De waterstofeconomie wordt gedomineerd door het marktmechanisme, de prijs bepaalt uiteindelijk wat er wordt gebruikt. Stijgende belasting op CO2 zal de markt in eerste instantie doen opschuiven naar blauwe waterstof (van aardgas gemaakt maar met CO2 afvang), wat de weg vrij zou kunnen maken voor het ontwikkelen van andere duurzame markten zoals mobiliteit. Een vooraf aangekondigd verbod, op een redelijke termijn, op het gebruik van fossiele brandstoffen als basis voor waterstof, stimuleert investeringen in duurzame productie en onderzoek naar productieprijsdaling van waterstof, terwijl blauwe waterstof kan helpen de markt te vergroten. Duidelijkheid en tijd zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden.

Net als in de echte wereld, wordt het tijd dat ook de wereld van duurzame energie minder op kleur gaat letten, maar tijdig duidelijke grenzen stelt aan het inzetten van fossiele brandstoffen. Fatih Birol van de International Energy Agency stelde het eerder: “You should not limit yourself to your favourite options. The aim is not boosting your ego but combating climate change.” Op naar de ‘inclusieve energiewereld!’

Taal selecteren: