Netbeheerders schetsen vier toekomstscenario’s integrale infrastructuur voor Nederland 2030-2050

Op 29 april hebben Gasunie, TenneT en de regionale netbeheerders de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050) gepresenteerd. Dat was hard nodig. Weliswaar heeft Nederland in haar klimaatwet vastgelegd dat haar CO2-emissie in 2050 met 95% moet zijn gedaald, maar we weten nauwelijks wat dat betekent. Zo stopt de Klimaat en Energieverkenning (KEV) van het PlanBureau Leefomgeving (PBL) al in 2030. Het Klimaatakkoord kijkt ook nauwelijks verder en stuurt naar -49% CO2 in 2030. Evenzo baseerde het PBL bij haar doorrekening de plannen van de politieke partijen haar oordeel op hun score voor 2030. Een ernstige zaak.

Immers, een windpark of warmtevoorziening gaat wel 25 jaar mee en inclusief 5-7 jaar ontwikkeltijd en bouwtijd, zit je dan al na 2050. Dat geldt zeker ook voor de kabels, de buizen en de conversiestations die nodig zijn. Alleen al de ontwikkeling en bouw van een nieuw kabeltracé vergt al gauw 10-15 jaar. In een recente column op Energiepodium schreef ik dan ook dat Nederland tot 2030 nog maar zeer beperkte mogelijkheden heeft om haar energiebeleid bij te sturen. Het komende kabinet neemt de belangrijke besluiten voor de periode 2030-2040 en zelfs daarna.

Dat de netbeheerders het voortouw hebben genomen is enerzijds opmerkelijk en anderzijds logisch. Opmerkelijk omdat je zou verwachten dat een parlement dat een -95% doel in de Klimaatwet opneemt ook aangeeft hoe we dat doel ongeveer gaan bereiken. Daarnaast is er een vrije energiemarkt en dat betekent dat het primaat ligt bij de productie en consumptie van energie. Niet bij het transport. Netbeheerders hebben slechts de taak ervoor te zorgen dat de geproduceerde elektronen en moleculen op tijd en in de goede samenstelling op de meest efficiënte manier bij de klanten terecht komen.

Dat vergt wel een goede planning. Het maakt nogal uit of er in Noord-Nederland veel wind en zon wordt gebouwd, of juist in Zuid-Holland waar de grote klanten zitten. Ook scheelt het nogal uit of overschotten elektriciteit uit zon en wind worden weggegooid, worden opgeslagen, naar het buitenland gaan, of worden omgezet in waterstof. Wil Nederland kerncentrales bouwen? Waterstof importeren? Stopt ze met biomassa? Grote vragen, waar een antwoord op moet komen. Plechtige beloften helpen daarbij niet. Aardig wat gemeenten hebben beloofd in 2020 energieneutraal te zijn en geen aardgas meer nodig te hebben. De praktijk is geheel anders. Gelukkig liggen de leidingen er nog. Maar tevens ook heel begrijpelijk dat er momenteel in het hele land grote transportknelpunten zijn die de uitrol zon en wind hinderen. Ik had er nog wel zo voor gewaarschuwd. Tevergeefs.

Een goede zaak dus dat het II3050 rapport is uitgekomen. Uiteraard hebben de Netbeheerders de toekomst niet helemaal zelf bedacht. Er is met heel veel partijen overlegd. Daaruit zijn vier scenario’s gerold die een beetje de extremen vormen waarlangs de Nederlandse samenleving zich kan bewegen. Alle scenario’s komen uit op 95% CO2-reductie, maar wel op zeer verschillende wijze. Zo wordt in het regionale scenario verondersteld dat veel maakindustrie naar het buitenland zal vertrekken. Dat maakt voor het klimaat niet uit, maar scheelt Nederland wel veel CO2-emissie en bovendien is er minder hernieuwbare energie in Nederland nodig. Anderzijds wordt in het internationale scenario aangenomen dat de maakindustrie in Nederland zelfs zal groeien. Je moet dan in Nederland meer doen om op 95% CO2-reductie uit te komen. Maar dat kan wel, mede omdat Nederland in zo’n scenario ook veel hernieuwbare energie importeert.

Het rapport houdt zich ook bezig met praktische consequenties. In een spreadsheet kun je gemakkelijk 1000 MW extra wind op land opnemen. Maar die 250 windturbines moeten wel ergens komen. In het Groene Hart, het IJsselmeer in de provincie Groningen? Dat soort keuzes moeten wel gemaakt worden, want anders kun je niet uitrekenen hoeveel extra elektriciteitstracés erbij moeten komen en waar. Evenzo wordt rekening gehouden met de betaalbaarheid van de energietransitie. Ook niet onbelangrijk, want energie gaat flink duurder worden.

Het II3050 rapport bevat enorm veel informatie en alles is in detail doorgerekend. Dus geen mooie vergezichten, maar kwantitatief onderbouwd. Dus boter bij de vis. Voor een ieder die zich wil verdiepen in de mogelijkheden van Nederland om 95% CO2 te reduceren is het lezen van de samenvatting een must. Voor de fijnproevers is er ook een volledig rapport. Ik wens u veel leesplezier!

 

Auteur: Martien Visser, lector Energie & Netwerken

Taal selecteren: