Interactie rondom Waterstofwijk Hoogeveen in volle gang

Na de publiekspresentatie van het eindrapport Waterstofwijk Hoogeveen in november 2020 zijn er veel reacties gekomen. Het is goed om te zien dat de dialoog en ontwikkelingen hierdoor een vervolg krijgen. Jan-Willem van de Groep heeft passie voor het verduurzamingsvraagstuk van de gebouwde omgeving, hij publiceerde naar aanleiding van het project 10 specifieke vragen. Vanuit het projectteam willen we deze vragen graag beantwoorden.

Over het project Waterstofwijk Hoogeveen

Het waterstofwijk Hoogeveen project is een innovatieproject dat gericht is op de ontwikkeling van een waterstofconcept voor de gebouwde omgeving, niet een wetenschappelijke analyse. Bedrijven zijn in het project ingestapt omdat zij er ook toekomstig brood in zien. Dat is precies de bedoeling van de gebruikte RVO subsidie. Dat wil niet zeggen dat we met oogkleppen op opereren, maar wel dat de focus primair op het ontwikkelen van dit concept ligt.

Toch hebben we gemeend een deel van de opgebouwde kennis en ervaringen te willen delen. Het publieke eindrapport is niet bedoeld als een wetenschappelijk rapport, dat zou het document alleen onnodig complex maken. Daarnaast was dat niet onze doelstelling in het project. Deelresultaten van het project zijn natuurlijk veel gedetailleerder, maar niet allemaal publiek. Met betrekking tot de indicatieve MKBA die is opgesteld, deze zal publiek beschikbaar komen. Er wordt nog steeds aan gewerkt in een peer review setting. De hoofdconclusies lijken daar niet wezenlijk anders van te worden.

Vragen & antwoorden

  1. Waarom wordt dit een MKBA genoemd terwijl er niet wordt gewerkt volgens de regels van een MKBA? Met name het uitzetten van kosten en opbrengsten in de tijd, het meenemen van kapitaallasten, weglaten van belastingen en vervolgens de hele rekensom weer netto-contant maken naar nu ontbreekt. Daarnaast ontbreekt een onderbouwing. Het PBL is inmiddels overgestapt op het begrip Nationale Kosten wat weer wat anders is dan Maatschappelijk Kosten. Lijkt me hier ook beter op zijn plek. 

    Antwoord: Elke benadering roept andere vragen op, dat beseffen we ons zeer goed. Ook het gebruik van nationale kosten roept vragen op. Een ‘beste methode’ is er helaas nog niet.
    In het publieke rapport hebben we gemeend een samenvatting te moeten gegeven van de indicatieve MKBA die in het project is opgesteld. De analyse zelf beslaat meer dan 400 pagina’s en is nog niet gereed voor publicatie. Er wordt nog steeds aan gewerkt in een peer review setting. De hoofdconclusies lijken daar niet wezenlijk ander van te worden. Eind dit jaar wordt deze publiek. Elke benadering roept andere vragen op, dat beseffen we ons zeer goed.

    Nationale kosten
    De Rijksoverheid werkt aan de startnotitie waterstof en hanteert het begrip Nationale kosten. Bij dit begrip wordt alleen gekeken wat nationaal het goedkoopste is. Niet wie de rekening betaald. Er wordt dan ook geen rekening gehouden met subsidies of belastingen. Men noemt dat een herverdelingsvraagstuk waar de politiek iets van mag vinden.(PBL, Hoogervorst, Nico; Van den Wijngaart, Ruud; Van Bemmel, Bas; Langeveld, Joep; Van der Molen, Folckert; Van Polen, Steven; Tavares, Joana 2020, 28)* geven bij de startanalyse voor de gemeentes aan dat negatieve effecten van ingrepen “niet zijn opgenomen of in geld uitgedrukt, zoals geluidshinder (van warmtepompen) of verkeershinder (door graafwerkzaamheden voor warmtenetten). Echter, het kwantificeren (en in geld uitdrukken) van dit soort effecten blijft in deze Startanalyse buiten beschouwing, omdat de methoden daarvoor omslachtig zijn en vaak ter discussie worden gesteld”. Binnen de indicatieve MKBA voor Hoogeveen (dit rapport) zijn die aspecten wel meegenomen. Dat kan ook een deel de verschillen tussen de studies verklaren.

    Medio september 2020 is de nieuwe publieke (PBL, Hoogervorst, Nico; Van den Wijngaart, Ruud; Van Bemmel, Bas; Langeveld, Joep; Van der Molen, Folckert; Van Polen, Steven; Tavares, Joana 2020, 28) uit gekomen waar waterstof in de bebouwde omgeving is meegenomen.


  2. Waarom worden maar een deel van de ketenkosten meegenomen? Het ontbreken van de bronnen (wind op zee) en omzettingsinstallaties (electrolyzers) maakt juist het grote verschil. Zo zijn er voor de waterstofvariant aanzienlijk meer duurzame bronnen nodig dan voor de hybride of all-electric varianten. Ook de kosten van een electrolyzer zijn bij all-electric niet nodig en bij een hybride variant maar een fractie van een full-waterstof oplossing. 

    Antwoord: Dat er voor gebruik van waterstof meer duurzame opwek moet komen is evident, dat concluderen we zelf ook. Maar ons inziens zijn de ketenkosten wel degelijk meegenomen, maar versleuteld in de waterstofprijs. Waterstof is hier als een inkoop kwestie benadert, waarbij we ons hebben gebaseerd op de kostprijs ontwikkeling van groene waterstof.
    Daarvoor maken we gebruik van de studie van PBL uit september 2020 en hanteren een gemiddelde van 9 studies. Erflanden gebruikt 1334 M3 aardgas per jaar per woning, dat komt met 330 kg pj a € 3.31/kg excl. BTW gem 2020-2035 (gebaseerd op gerefereerde studie) uit op € 1092 p.j. . Let op, zoals in de aannames gemeld, rekenen we hier zonder belastingen. Die overheids opbrengsten staan apart in de tabel vermeld. Ook wordt hier NIET gerekend met mogelijke subsidies uit de regeling aardgasvrije wijken.

    Daar zitten inkoop van groene stroom (en dus afschrijving van de opwekcapaciteit etc), kapitaal- en onderhoudslasten van electrolysers etc in opgenomen. Overigens zal in de uitvoering van het project de hybride warmtepomp op waterstof ook worden meegenomen, wat ons betreft zeker een interessante optie.


  3. Waarom is er voor de all-electric varianten zoveel buffering nodig? Over de levensduur van deze technieken is iedere vorm van buffering voor de all-electric varianten toch onnodig omdat het grid fungeert als buffer in combinatie met toenemende elektrificering en gascentrales als achtervang (daarvoor mag in de tijd een opslag aan de kostprijs toegevoegd worden in de MKBA). Ik ben geen expert in groen gas maar bij mijn weten heeft dat spul juist het voordeel dat het na productie direct ingevoed kan worden in het gasnet. Netwerkaanpassingen voor groen gas zijn toch sowieso overbodig? 

    Antwoord: Het grid op zichzelf is geen buffer, misschien nog in beperkte mate voor gas en waterstofleidingen maar niet voor elektriciteit. Elektriciteit dien je direct te gebruiken of op te slaan in accu’s. Dat is deels ook te ondervangen met slimme netwerken, maar dat is geen onderdeel van dit project. Om de doorrekening consistent te houden heeft iedere optie dezelfde bufferomvang gekregen. Dit staat ook vermeld in de uitgangspunten in het rapport. Daarnaast geven we ook in het rapport aan dat deze omvang van buffering waarschijnlijk een inschatting aan de bovenkant is.

    Groen gas is van aardgaskwaliteit en kan bij productie inderdaad direct ingevoegd worden. Netwerkaanpassing zijn alleen nodig bij grootschalige invoeding, waarbij de productie de vraag van gas in de regio overstijgt. In de zomer, wanneer de gasvraag soms nihil is, kan dit het geval zijn. Door netten verder te koppelen en gasboosters te plaatsen kan congestie worden voorkomen. Ook het grootschalig bufferen van gas, wat nu ook al gebeurt met in o.a. zuidwending met aardgas, om aan de winterpiekvraag te voldoen is met groen gas en waterstof niet anders.


  4. Waarom zouden er in een wijk die is gebouwd in 2005 netverzwaringen nodig zijn? Het was in die tijd toch al gebruikelijk om 3×16 of 3×25 Ampère aansluitingen te nemen? Met een 7kW_th Warmtepomp is de piekvraag elektrisch onder de 2kW voor verwarming. Voor tapwater kan die wat hoger zijn maar juist die is prima stuurbaar waardoor er geen overbelasting is voor dit bestaande netwerk. Is er een analyse gemaakt door het netwerkbedrijf en welke pieken zijn daarvoor aangehouden? Kan het zijn dat elektrisch vermogen en thermisch vermogen door elkaar zijn gehaald?

    Antwoord: De aansluitingen op huisniveau halen deze waarde. Maar door gebruik van de zogenaamde gelijktijdigheidsfactor (niet elk huis gebruikt op hetzelfde moment stroom) heeft de straat een gemiddelde aansluitwaarde van 1,4 kW per woonhuis. Slimme sturing van het netwerk kan te veel gelijktijdigheid voorkomen, maar is geen onderdeel van dit project. PBL gaat er zelfs van uit dat in het geval van een hybride warmtepomp er een netverzwaring moet plaat vinden. In onze indicatieve MKBA Hoogeveen is die niet voorzien voor de hybride oplossing. Netbeheer Nederland gaat van piekstromen uit tussen de 4 en 10 KW bij inzet van warmtepompen.


  5. Waarom kost het in Hoogeveen 1.860 euro om van het gas te gaan? Op de meeste plekken in het land is dat een bedrag van ca. 700 euro waarvan de helft voor rekening komt van de consument en de andere helft wordt gesocialiseerd.


    Antwoord:
    Het betreffende bedrag zien we niet in het rapport staan en herkennen we dus niet. Maar ook gesocialiseerde kosten zijn kosten die uiteindelijk betaald moeten worden, die andere helft is niet gratis en in veel gevallen betalen mensen het uiteindelijk via de netwerkkosten. Dus moeten meegenomen worden in een analyse over kosten. Daarnaast zijn er ook kosten die we hebben meegerekend voor aanpassingen in huis. Zoals bijvoorbeeld keuken aanpassing, extra kabel, pannenset, groepen kast etc.


  6. Dit zijn huizen die rond 2005 zijn gebouwd en dus een label A of A+ zullen hebben. Uitermate geschikt voor een warmtepomp van rond de 7kW (prijs ca. 8.000 euro) waarbij waarschijnlijk alleen enkele radiatoren vervangen moeten worden (prijs ca. 2.500 euro) (als er al geen vloerverwarming in zit). Wellicht dat hier en daar nog wat gedaan moet worden aan kierdichting en de ventilatie. Wat is er dus allemaal in de post van 19.500 euro opgenomen?


    Antwoord:
    In het rapport is een bedrag van 22.400 euro opgenomen voor de benodigde aanpassingen voor een all-electric oplossing. Zoals in tabel 6.1 staat is 14.400 euro begroot voor aanpassing van de installatie, 5.100 euro voor na-isolatie en 2.900 kosten ruimtebeslag. De huizen in de Erflanden hebben hoofdzakelijk een energielabel A of B. De kosten van deze aanvullende isolatie kunnen aanzienlijk zijn. (EIB; Van Hoek, Taco; Koning, Martin; 2018) geven in de studie “Klimaatbeleid en de gebouwde omgeving” op verzoek van EZK aan wat de investering is per energielabel stap. Uit deze studie blijkt dat de huizen zoals die in de Erflanden hoofdzakelijk een label A of B hebben. De kosten voor isolatie volgens de (EIB; Van Hoek, Taco; Koning, Martin; 2018)-tabel voor een woonhuis van Label B naar A zijn in deze studie € 5.120.

    De kosten van de aanpassingen m.b.t. de installatie zijn als volgt opgebouwd. Voor de volledigheid: kosten rondom aanpassing keuken worden ook meegenomen bij verwarmen op waterstof.

    All-electric warmtepomp 7 KW € 7.600
    Geluidswerend omkasting voor warmtepomp < 40 dB(A) € 1.500
    Buffervat 200 l/t.b.v. warmwater € 1.194
    Gem. montage kosten Lucht-water verwarming € 3.643
    Kookpannen voor elektrisch koken € 135
    Inductie kookplan € 474
    Elektrische inbouw oven € 545
    Aanpassen binnenhuis elektrische installatie aanpassing voor keuken E-koken € 410
    Verwijderen oude aardgasmeter door Netbeheerder (eerste 5 meter) iedere meter extra uit tuin is € 19,48 € 684

    Subtotaal € 16.185

    Subsidie mogelijkheden
    Subsidie op warmtepompen (tot eind 2021) -€ 2.500
    Som subsidie -€ 2.500
    Netto kosten € 13.685

    Het ruimtebeslag onderdeel wordt bij de volgende vraag beantwoord.


  7. Op basis waarvan wordt er een bedrag van 2.900 euro voor ruimtebeslag opgenomen? Deze woningen zijn vrij nieuw en beschikken waarschijnlijk over een technische ruimte. Een complete warmtepomp met geïntegreerd buffervat komt op de plek van de huidige gasketel te staan en heeft een vloeroppervlak van 70x70cm. Een gasketel heeft een afmeting van 60x30cm waarbij ruimte moet worden vrijgehouden voor onderhoud. Het verlies van 40 cm ruimte in een ruimte die niet als gebruiksruimte is gekwalificeerd levert geen enkele financiële waarde op. Daarnaast kent NEN-2580 geen aftrekposten voor installaties bij het bepalen van oppervlakten.

    Antwoord: In de woning is de waterstof Cv-ketel even groot als de aardgas – groen gasketel, dus geen wijziging. Ook de aansluitset van het warmtenet bij een midden temperatuur zal nagenoeg dezelfde omvang “voetprint” hebben als een CV-ketel.Een warmtepomp bestaat uit 3 eenheden een binnen-unit, een buitenunit en een boilervat van 200-300 liter. Dat betekent dus concreet dat bewoners een ruimte ten grote van een wasmachine vloeroppervlak moeten opofferen om het vat te plaatsen.

    Vereniging Eigen Huis (2020) Benoemd de volgende afmetingen voor de binnen unit van een all-electric warmtepomp:

    Binnenunit
    Voor een all-electric warmtepomp is binnen meer ruimte nodig. Er moet plek zijn voor de binnenunit, het buffervat en de boiler. Houd rekening met de volgende afmetingen:
    Voor de binnenunit: 1,0 x 0,6 x 0,4 meter (lxbxh)
    Voor het buffervat: diameter 0,5-0,7 meter en hoogte 1,0-1,5 meter
    Voor de boiler: diameter 0,5-0,8 meter en hoogte ongeveer 1,5 meter

    Om de waarde van 1 m2 waarde van een woonhuis te bepalen is bij de woonhuis verkoopsite JAAP de prijs van het woonhuis Bittervoorn 5 in de Erflanden á € 479.000 k.k. en oppervlak beoordeeld welke 164 m2 groot is. Daarmee kwam de m2 prijs op € 2.921 /m2. dit bedrag is de negatieve impact in beschikbare vloerruimte.

    We hebben gemeend dit punt toe te moeten voegen. Niet om all-electric in een kwaad daglicht te zetten, maar wel om (financieel) vorm te kunnen geven aan het feit dat, met name in de bestaande bouw, bestaande ruimte een nieuwe functie zal krijgen en ten koste gaat van het bestaande gebruik.


  8. De afschrijvingen worden gerekend over 13,2 jaar inclusief de bouwkundige maatregelen en de waardevermindering. Dat is een niet gebruikelijke rekenmethode. Kan die uitgelegd worden?

    Antwoord: In het rapport waterstofwijk “plan voor waterstof in Hoogeveen” wordt niet gesproken over een afschrijvingsperiode van 13,2 jaar (mogelijk kan dit een typefout oid zijn). Dus we verzoeken vraag steller aan te geven hoe ze aan dit getal komen.Er is gerekend met een afschrijving periode van 15 jaar wat de duur van het project is en ook de technische levensduur van een CV ketel.


  9. In de Start Analyse van PBL (september 2020) over waterstof in de gebouwde omgeving wordt gesproken over prijzen voor waterstof. PBL schat in dat tegen 2030 de prijs zal liggen rond de 3,64 per kg. Omgerekend naar AEQ is dat 1,07 euro. Zetten we daar de opslagen voor de energiebedrijven overheen en alle kosten en belastingen van het huidige aardgas dan resteert een prijs van 2,45 euro per AEQ. Dat veronderstelt dat deze huizen nu een aardgasverbruik hebben van 1.100 / 2,45 euro = 450m3. Klopt dat?

    Antwoord: Nee deze aanname is niet correct, PBL rekent de opslagprijzen in de waterstof prijs. In de indicatieve MKBA die voor Hoogeveen is gemaakt zit die in de netwerkkosten dan het zijn infrastructuur kosten geworden.Er zijn momenteel geen opslagen op het waterstof volgens de wet. De energiebelasting en ODE wordt betaald over de gebruikte groene stroom, anders zou je namelijk dubbele belastingen krijgen.In de kamerbrief van 4 Juni 2020 van Minister Wiebes wordt aangegeven dat de elektrolyse (voorlopig) is vrijgesteld van energiebelasting en het vergelijkbaar wordt met aardgas. De energiebelasting wordt o.a. bepaald op calorische waarde, CO2 uitstoot en luchtverontreiniging. Er was € 6.247 meegenomen aan ODE en EB voor waterstof. Voor aardgas is het bedrag over die zelfde periode € 4.094. Dus lager. Daar de CO2 uitstoot lager is. zal het exacte bedrag die nooit hoger zijn als die van aardgas.

    Uit onze analyse van de totale warmtevraag voor Erflanden is via de klimaatmonitor bepaalt dat het gemiddelde verbruik 1.334 m3 aardgas/ jaar/woning is. Uit onze analyse van de totale warmtevraag voor Nijstad-Oost is bepaald dat het gemiddelde verbruik 510 m3 aardgas/jaar/woning is. Volgens CE Delft CV-ketel factsheet zou dat het gemiddelde gasverbruik zijn van een energielabel C huis van 120 m2, wat een gemiddeld woningoppervlak in Nederland is, 1.360 m3, 1.070 m3 voor label B huis en 930 m3 voor energielabel C A huis.


  10. Er wordt iets geroepen over de emissiekosten. Kunnen die worden onderbouwd? Kan uitgelegd worden hoe het waterstof voor de bovengenoemde prijs (die is gebaseerd op vollasturen van een electrolyzer) volledig CO2 vrij kan worden aangeleverd. Misschien is het nog beter om voor iedere variant de CO2 emissie te berekenen.

    Antwoord: De CO2-Ketenanalyse van het toepassing van Groene waterstof uit elektrolyse voor Ruimte verwarming is gemaakt door Stimular voor waterstofwijk Hoogeveen. Hier het rapport.Voor de elektrolysers gaan uit van een belasting tussen circa 4000-4500 uur. Dat is een optimum tussen stroomkosten en afschrijvingskosten.

Uiteraard breng ik graag mijn kennis in om deze rekensom beter te maken. Ik heb eigenlijk al een zelf een beginnetje gemaakt. ?

Antwoord: Het is een goed idee om met elkaar een transparante en navolgbare analyse te maken, daar zijn we allemaal bij gebaat! Onze volgende stap is dat we de hele exercitie in een transparant en navolgbaar model gaan stoppen.

Taal selecteren: